In de VS laait het politieke en publieke debat over ‘disclosure’ flink op, met hoorzittingen, wetsvoorstellen en onthullende documentaires. Het zijn gouden tijden voor de ufo-liefhebber. Rot in het vak, parapsycholoog en ufo-onderzoeker Douwe Bosga (69) heeft al veel voorbij zien komen. Hoe kijkt hij tegen de nieuwste ontwikkelingen aan?
Waar de wereld nu pas de blik naar boven richt, is dat voor Bosga al decennia bekend terrein. De ufo-specialist, die zijn eerste stappen in het onderzoeksveld zette bij nestor dr. J. Allen Hynek, behoort tot de generatie die het veld nog moest vormgeven. In de afgelopen 50 jaar heeft hij dan ook de nodige ontwikkelingen meegemaakt. De laatste paar jaar zijn die in een stroomversnelling gekomen, sinds een publicatie in de New York Times in 2017. Daarin werd onthuld dat het Pentagon 22 miljoen dollar had geïnvesteerd in ufo-onderzoek. Het leidde in de VS tot een politiek debat en wetgeving over nationale veiligheid en transparantie met betrekking tot ufo’s.
En eind 2025 verscheen op Prime de documentaire The Age of Disclosure, waarin insiders uit defensie- en inlichtingenkringen over geheime ufo-projecten vertellen. De documentaire was direct een hit, al waren er ook kritische geluiden. Maar de meeste critici zitten niet zo lang en zo diep in het onderwerp als Bosga. In zijn knusse keuken geeft hij toe de documentaire inmiddels drie keer te hebben bekeken. Enthousiast is een understatement. “Ik was er behoorlijk van onder de indruk. Niet dat er uitspraken worden gedaan die ik niet al eerder heb gehoord. Wat hier echt anders is dan in alle andere documentaires, is het niveau van de talking heads en de manier waarop ze er allemaal over spreken. De openheid van dit alles. Hier spreken twintig man die allemaal insider zijn bij Defensie of de inlichtingendiensten, en die állemaal iets te maken hadden met ufo-onderzoek.” De gelikte stijl van de productie en de wat geacteerde presentatie door klokkenluider Luis Elizondo neemt hij op de koop toe. “Ach, dat is de Amerikaanse stijl. Daar moet je doorheen kunnen kijken. Wat regisseur Dan Farah hier heeft gedaan, met al die mensen die op de een of andere manier ervan op de hoogte zijn dat er ufo-onderzoek wordt gedaan... Ik denk dat deze documentaire een game changer is, de druk neemt steeds meer toe. Disclosure is hiermee weer een stap verder.”
Patronen
Disclosure draait om de eis dat de Amerikaanse overheid stopt met haar jarenlange geheimhouding over ufo’s en eindelijk de verborgen waarheid deelt waar het publiek recht op heeft. Bosga herkent zijn eigen ideeën hier niet helemaal in. “Ik heb jarenlang gedacht dat ‘de Amerikaanse overheid’ iets in de doofpot probeerde te stoppen. Nee, daar ben ik van genezen. Dat is een complottheorie. Als er iemand de baas zou zijn van het ufo-vraagstuk, dan kun je bepaald beleid verwachten. Dat is er niet. Maar ik denk wél dat de Luchtmacht op die toer was. Er zijn krachten in de wereld die tegenhouden dat het fenomeen serieus genomen wordt. En dat zijn patronen geworden. Ik denk dat het niet per se aangestuurd wordt door iets of iemand.”
Met ‘patronen’ doelt hij op de gevolgen van de onderzoeken van de Luchtmacht uit de jaren 50 en 60. Vele honderden ufo-meldingen bleven daarin onverklaard. Toch werd het fenomeen naar buiten toe gebagatelliseerd, omdat de meldingen vanwege de Koude Oorlog vooral werden gezien als een gevaar voor de nationale veiligheid. Advies van het Robertson-panel (1953) was daarom om in te zetten op het belachelijk maken van het onderwerp via films en de media, om publieke paniek te voorkomen. De afsluiting van dit tijdperk werd gemarkeerd door het Condon-rapport (1969), waarvan de sceptische samenvatting de feitelijke inhoud van het onderzoek volledig negeerde, namelijk dat dertig procent van de meldingen onverklaard bleef, ook al waren er veel data.
Onbegrijpelijk
Van de gevolgen, het stigma, had ook Bosga veel last in zijn werkzame leven. “Nee, ik kon het niet over ufo’s hebben, dat zou mijn reputatie hebben geschaad. Daar ben ik ook wel voor gewaarschuwd. Toen ik opgroeide, in de jaren 60 en 70, kon je nog over ufo’s lezen en er een oordeel over hebben. Maar dertig jaar later was het al zó duidelijk dat ufo’s onzin waren, dat je niet eens meer naar het onderwerp kon kijken. Journalisten van nu wéten al dat ufo’s en paranormale zaken onzin zijn. Ze besteden er geen aandacht aan, los van de feiten”.
Voor Bosga een onbegrijpelijke gang van zaken. “Ik hou me mijn hele leven al bezig met dingen die door het gros van de mensheid als ‘raar’ worden gezien. ‘Daar geloof je toch niet in?’ hoor ik dan. Maar het heeft niks met geloven te maken. Ik kijk naar de feiten. Alleen al in de database van onderzoeker Jacques Vallée zitten 240.000 casussen, allemaal onderzochte zaken. In 80 jaar zijn dat 3.000 meldingen per jaar. Dat zijn idioot grote aantallen. Nee, hoe je die moet duiden weet ik ook niet. Ik krijg vaak van die vragen als: ‘ja maar hoe kan er zó vaak buitenaards leven naar de aarde komen?’. Ik heb geen idee, en ik beweer ook niet dat ufo’s buitenaards zijn. Maar dat neemt de feiten niet weg. We weten in ieder geval zeker dat het fenomeen zich voordoet. Hoe je het moet duiden, dat is wat anders.”
Verklaren
Maar eerlijk is eerlijk: hij nam het ufo-fenomeen zelf ook niet altijd serieus. “Nee, mijn zuster las boeken over ufo’s, ik vond het allemaal maar onzin. Maar als ze niet thuis was, las ik stiekem haar boeken. Een jaar of 14 was ik toen. Zo las ik boeken van mensen als Donald Keyhoe. En dan las ik over een waarneming die door de Amerikaanse luchtmacht was verklaard als Venus, terwijl die planeet volgens Keyhoe op het moment van de waarneming helemaal niet zichtbaar was. Nou, dat zijn dingen die je kunt natrekken.” En dat deed hij, al was het half voor de grap en half om aan te tonen dat Keyhoe niet deugde. “Maar veel van zijn beweringen bleken wel degelijk te kloppen. Zo begon ik langzaam geïnteresseerd te raken in het onderwerp, en er met mensen over te praten.”
Deze gesprekken zorgden ervoor dat hij al snel bekendstond als iemand die zich serieus met het onderwerp bezighield. Niet lang daarna ontving hij via via meldingen van mensen die een ufo gezien hadden. Bosga ging er nog steeds van uit dat ufo’s niet bestonden, maar wilde het ook niet op voorhand als onzin afdoen. “Ik ging er echt naartoe om de meldingen te verklaren door dingen uit te zoeken. Daarbij kreeg ik soms hulp van een amateurastronoom van een Volkssterrenwacht en van een meteoroloog op Schiphol. Op basis van hun gegevens kon ik sommige meldingen verklaren als astronomische of meteorologische verschijnselen.”
Hynek
Bosga wilde bij de feiten blijven. Maar dat betekende ook dat astronomische, meteorologische en andere verschijnselen niet altijd een verklaring waren. Het moment dat zijn sceptische houding veranderde staat hem nog helder voor de geest. “Ik kreeg een melding van een echtpaar dat op de Hoge Veluwe een sigaarvormige ufo had gezien. Ik mocht hun verhaal absoluut niet naar buiten brengen, maar ze waren er erg van onder de indruk. Ze hadden van relatief dichtbij, enkele tientallen meters boven de bomenrij, een stilhangend object gezien van een soort dof metaalachtig materiaal dat de zon weerkaatste. Het was volgens hen zeker geen zeppelin. Het hing daar een tijdje stil en opeens schoot het weg. Tja, dat verhaal kon ik op geen enkele manier verklaren. Toen dacht ik voor het eerst ‘hé, dat is raar.’”
De belangstelling verdiepte zich. Hij sloot zich aan bij het Nederlands Onderzoeksbureau voor Onbekende Vliegende Objecten (NOBOVO) en nam een abonnement op Flying Saucer Review. En hij wilde nóg dieper in het onderwerp duiken. “Ik had gelezen dat Allen Hynek het Center for UFO Studies, het CUFOS had opgericht in de buurt van Chicago. En ik dacht ‘daar zou ik wel een tijdje willen werken’. Dus toen heb ik hem een brief gestuurd. Nee, niets op gehoord.”
Maar wat wil het toeval: Hynek vloog niet lang daarna vanuit Jakarta terug naar de VS, en moest via Schiphol. En daardoor herinnerde hij zich opeens de brief van die Nederlander. “Hij vroeg in het vliegtuig of de gezagvoerder misschien wist wie er in Nederland bezig waren met ufo’s. En die vroeg het weer aan de meteoroloog van Schiphol, met wie ik weleens contact had vanwege de meldingen. Die wist natuurlijk meteen: ‘dat moet Douwe zijn’ en belde me op. Ik heb een briefje achtergelaten in het Amsterdamse hotel waar Hynek zou overnachten. Die avond heb ik met Hynek en een paar andere mensen gegeten. Uiteindelijk kon ik in 1977 een jaar als vrijwilliger bij hem in Evanston komen werken.”
Archief
Bij het CUFOS kon hij met van alles aan de slag. “Ik was daar als enige fulltime aan het werk. Hynek had vaak verplichtingen buiten de deur. En ik was jong, 20 jaar, en heel enthousiast. Ik was in no time coördinator van alle vrijwilligers door het hele land. Ik heb het Center Investigators Quarterly opgezet, een nieuwsbrief om veldmedewerkers te informeren over wat er speelde vanuit het centrum. Het CUFOS was toen het enige wetenschappelijke instituut voor ufo’s, maar het was nog wel ongeorganiseerd. Ik werd verantwoordelijk gemaakt voor het archief, dat heb ik helemaal gereorganiseerd. Met kaartenbakken en een kleurensysteem, want we hadden nog geen computers. Elke kleur stond voor een type melding uit de classificatie van Hynek zelf. Ja, hij was alleen al daarom blij dat ik was geweest, tot dan toe lag alles door elkaar, opgestapeld in kasten. We zijn goed bevriend geraakt, ook nadat ik een jaar later weer wegging.”
Parapsychologie
Bosga wist dat hij met ufo-onderzoek geen betaalde baan zou kunnen vinden. “Ik ben parapsychologie gaan studeren, want ik zag daarin raakvlakken met het ufo-onderwerp. Ja, er zitten vaak paranormale elementen in ufo-ervaringen, al hoor je daar niet veel over.” Aan de Universiteit Utrecht gaven professor Martin Johnson en professor Henri van Praag wel colleges over parapsychologie, maar alleen als bijvak. En dus vertrok Bosga eerst naar Luxemburg en daarna naar Zwitserland, waar hij in 1982 afstudeerde als parapsycholoog. “En een paar jaar later volgde ik Van Praag op als directeur van het Parapsychologisch Instituut.”
Het instituut hield zich vooral bezig met kwalitatief onderzoek, parapsychologische hulpverlening en experimenteel onderzoek naar paranormale waarnemingen. Niet direct met ufo’s dus. “Maar in 2015 kwam er iemand bij het instituut, met een ufo-ervaring waarbij hij tijd was kwijtgeraakt. Zo kwam ik weer terug bij de ufo’s en abductions.”
Close Encounters
Abduction is de naam voor ervaringen ontvoerd te worden door niet-menselijke wezens. Als je de classificatie van Allen Hynek zou doortrekken, valt dat onder de close encounter of the fourth kind (CE4). Ervaringen die de speciale aandacht hebben van Bosga. “Ik onderzocht al in 1977 bij Hynek een CE4. Zulke ervaringen zijn interessant omdat zo’n interactie, met fysiek contact en soms communicatie met entiteiten, veel meer kan zeggen over het fenomeen dan een object dat van grote afstand wordt gezien. En over het algemeen hebben de mensen die zoiets overkomt ook geen ‘agenda’; ze hebben er geen voordeel bij en lopen niet te koop met hun ervaring. Integendeel. Maar ja, het is wel veel lastiger te onderzoeken dan een melding met satellietdata of radarbeelden.”
Hij vindt het toch opvallend dat disclosure nooit gaat over abductions. “Als er objecten crashen, dan kan ik me best voorstellen dat je je vanuit Defensie op de fysieke kant richt. Aan de andere kant denk je vast ook weleens na over wie die objecten dan bestuurt. Maar ze hebben het alleen heel eufemistisch over ‘biologics’, niet eens over entities. Ik denk dat ze bang zijn het anders zó in het enge te trekken. Zeker als je abductions erbij haalt. Dat kan heel eng zijn, dat je geen controle meer hebt. Om het onderwerp serieus te laten lijken, kun je je misschien beter concentreren op de militaire casussen en gecrashte ufo’s.”
Take E.T. home
Hoewel Bosga vindt dat je ufo’s niet per se kunt duiden, doen de sprekers in The Age of Disclosure dat wél. “Er is natuurlijk al jarenlang het gevoel bij mensen die met ufo’s bezig zijn, dat er meer is dan meets the eye. En dat gevoel heb ik ook. Dat wordt nu bevestigd door de onthullingen uit deze documentaire. Er waren al jaren geruchten over crashes, en nu wordt duidelijk dat Roswell wel degelijk een crash is geweest. In de loop der jaren heeft de Amerikaanse luchtmacht drie keer een andere uitleg voor die gebeurtenis gegeven, steeds met een enorme stelligheid.”
Hij had nooit gedacht nog eens mee te maken dat allerlei hoge functionarissen uit inlichtingendiensten en Defensie zouden verklaren dat er toch geheime ufo-projecten zijn. “En dan met name een programma voor het bergen van neergestorte ufo’s! We weten nu ook dat er alien-technologie is, op basis van de gedragingen van die ufo’s. Ben Rich, de directeur van Lockheed Skunk Works, zei ooit: ‘we have the technology to take E.T. home’. Dat zou betekenen dat we interstellair kunnen reizen. Wereldschokkend, als hij de waarheid sprak. Vanuit onze huidige wetenschappelijke kennis zijn we daar nog lang niet aan toe.
“Maar ik heb de buitenaardse nuts and bolts [materiële, TW] verklaring voor ufo's nooit het meest waarschijnlijk gevonden. Afdrukken en gecrashte ufo’s wijzen op een fysiek aspect, maar het grote aantal waarnemingen en de enorme afstanden maken een buitenaardse herkomst onwaarschijnlijk. En omdat ze soms zowel door de lucht als door het water bewegen zonder snelheid te verliezen, kom je al snel in de speculatieve sfeer van andere dimensies. Ik denk dat het fenomeen te complex is om te verklaren met een geavanceerdere versie van de technologie zoals wij die kennen.”
Tegenwerking
Sceptici wijzen er vooral op dat voor verschillende claims in The Age of Disclosure geen harde bewijzen zijn. Bosga kent de kritiek. “Maar waarom zouden allerlei hooggeplaatste militairen en medewerkers van de inlichtingendiensten hun carrière op het spel zetten en met op het oog fantastische claims komen? Ze beweren eigenlijk allemaal dat er al sinds de jaren 40 van de vorige eeuw diverse ufo's gecrasht zijn en dat die door de Amerikanen geborgen en onderzocht zijn. Die verhalen gaan al tientallen jaren, maar nu probeert het Amerikaans Congres daar een vinger achter te krijgen, Dat stuit op heel veel tegenwerking, waarschijnlijk vanuit het militair-industrieel complex. Maar er komen steeds meer klokkenluiders naar buiten die dit verhaal bevestigen.”
Dat sommige onderdelen van de huidige onthullingen, waaronder de positie van Luis Elizondo als leider van het Advanced Aerospace Threat Identification Program (AATIP) door het Pentagon worden tegengesproken, daar heeft hij ook geen boodschap aan. “Dat de positie van Elizondo binnen het officiële ufo-onderzoek wordt betwist, dat vanuit Defensie wordt ontkend dat hij daar werkte, dat is gewoon onzin. Het geeft mij te denken als iemand moedwillig wordt afgemaakt. Ik neem de mensen die Elizondo's rol bevestigen een stuk serieuzer. Zijn fout is dat hij soms te ver gaat, dingen roept die achteraf niet kloppen, zoals de ufo’s die achteraf geen ufo’s bleken. Ik snap wel hoe dat werkt. Kijk, ik heb op basis van mijn ervaring ook ideeën die ik niet met iedereen deel, niet en plein public. Dingen die verder gaan dan ik kan waarmaken. Maar het zijn wel zaken waar ik over nadenk en in kleine kring over brainstorm.” Hij lacht. “Nee, die ga ik hier nu ook niet vertellen. Maar wie weet komt er binnenkort nog een vervolg.”